Box 3: briefing afgerond, deskundigenbijeenkomst na meireces
Op 17 maart ontving de commissie Financiën een technische briefing en hield mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg. Een deskundigenbijeenkomst wordt voorbereid na het meireces. De Eerste Kamer stemt niet vóór mei 2026. Doordat de Eerste Kamer het wetsvoorstel nog behandelt, staat de invoering per 2028 steeds meer onder druk — uitstel naar 2029 wordt waarschijnlijker. De berekeningen op deze website zijn gebaseerd op de huidige wettekst en kunnen wijzigen.
Laatste updates
Eerste Kamer behandelt nog — 2028 steeds onzekerder
De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel nog. De technische briefing op 17 maart is afgerond; een deskundigenbijeenkomst is gepland na het meireces. Invoering in 2028 steeds onzekerder.
Nieuw coalitieakkoord stuurt aan op vermogenswinstbelasting
Het coalitieakkoord van D66/VVD/CDA stelt als langetermijndoel om box 3 om te vormen naar een zuivere vermogenswinstbelasting, waarbij alleen belasting wordt geheven over gerealiseerde rendementen.
Minister Heinen wil box 3-wet aanpassen
Minister Heinen vindt dat het wetsvoorstel in de huidige vorm niet door kan en wil terug naar de tekentafel. De Eerste Kamer stemt naar verwachting niet vóór mei 2026.
Wat verandert er?
Van fictief naar werkelijk rendement
Huidig systeem (vóór 2028)
- Forfaitair rendement: de Belastingdienst gaat uit van een vast percentage
- 1,44% op spaargeld, 5,88% op beleggingen
- Heffingsvrij vermogen: €57.684 per persoon
- U betaalt mogelijk belasting over winst die u niet heeft gemaakt
Nieuw systeem (vanaf 2028)
- Werkelijk rendement: belasting over uw daadwerkelijke opbrengst
- Vast tarief van 36% over het werkelijke rendement
- Vrijstelling van €1.800 per persoon
- Twee categorieën: vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting