Wetsvoorstel 36748: Hoe de Kamer stemde
De Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer.
Wat zeiden de deskundigen
Eerste Kamer deskundigenbijeenkomst — afgerond 19 mei 2026
Blok 1 — 17:00 · Fiscaliteit, recht en bestuur
Verdeeld beeld onder academici. Bas Jacobs (VU) en Ruud van den Dool (Nyenrode) verdedigden de wet als enige systeemzuivere oplossing tegen lock-in en belastinguitstel. Edwin Heithuis (UvA) noemde het voorstel een 'dure, tijdelijke tussenstap' en adviseerde de Eerste Kamer om het in te trekken en herontworpen in te dienen voor 2028. Peter Essers (Tilburg) sprak van 'een treurspel van gemiste kansen' en wees op rechtszekerheid en EU-recht. Robert van der Jagt (NOB) waarschuwde voor vestigingsklimaatschade, kapitaalvlucht, verliesverrekeningstekorten en uitvoeringscomplexiteit.
Blok 2 — 19:30 · Bedrijfsleven, particulieren en uitvoerbaarheid
Unaniem kritisch beeld. Gijs Strijker (VNO-NCW) gaf aan dat het bedrijfsleven liever een vermogenswinstbelasting ziet en pleitte voor voorspelbaarheid voor familiebedrijven. Cor Overduin (Vastgoed Belang) noemde de vastgoed-bijtelling 'hoe dan ook gedoe' en kondigde aan naar de rechter te stappen. Hanneke Kroonenberg (Van Lanschot Kempen) wees op liquiditeitsrisico: cliënten kunnen gedwongen worden tot verkoop om belasting op ongerealiseerde winsten te betalen. Lucien Burm (Dutch Startup Association) meldde dat bijna 40% van de gefinancierde start-ups overweegt te vertrekken — circa 11.000 ondernemingen vallen onder de regeling.
Geen consensus onder de academici; in blok 2 was het beeld unaniem kritisch. Alleen Jacobs en deels Van den Dool verdedigden de wet in de huidige vorm.
Vervolg: inbreng tweede verslag op 26 mei. Geen harde stemdatum. Een meerderheid van senatoren neigt naar een vermogenswinstbelasting; SP, Volt en GroenLinks-PvdA blijven expliciet voor het oorspronkelijke voorstel. Uitstel of een zware novelle (Prinsjesdag) wordt waarschijnlijker dan aanname in huidige vorm.
Huidige status: Eerste Kamer
Op 17 maart ontving de commissie Financiën een technische briefing en hield mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg. Eerenberg schetste drie pijlers: betere communicatie, verzachtingen en een snellere overgang naar vermogenswinstbelasting. Er wordt een novelle voorbereid, mogelijk in te dienen bij Prinsjesdag (september 2026). Een deskundigenbijeenkomst is gepland na het meireces.
Eerenberg heeft een brief met voorgestelde verzachtingen beloofd voor juni 2026. Het verslag van de commissie is uitgebracht op 7 april (1 week na de deadline van 31 maart); de nota naar aanleiding van het verslag (NnavV) volgde op 24 april. Op 12 mei houdt de commissie een procedurevergadering over het vervolg; op 19 mei vindt de deskundigenbijeenkomst plaats met twee blokken van 90 minuten met externe deskundigen. De novelle kan bij Prinsjesdag worden ingediend, maar dit is niet gegarandeerd. Senatoren hebben verzocht om parallelle behandeling van de novelle naast het oorspronkelijke wetsvoorstel.
De Eerste Kamer stemt naar verwachting niet voordat de novelle klaar is. De Belastingdienst, banken en verzekeraars hebben doorlooptijd nodig om ICT-systemen aan te passen, waardoor de invoering per 1 januari 2028 steeds onzekerder wordt. Vertraging naar 2029 of later wordt waarschijnlijker. Meerdere senatoren drongen aan op de vraag of het wetsvoorstel volledig kan worden ingetrokken. Eerenberg onderzoekt ook 'levensgebeurtenissen' (echtscheiding, erfenis) en hun wisselwerking met box 3-belasting — sommige kunnen via een carry-back-mechanisme worden opgelost.
De reikwijdte van de novelle is nog onduidelijk. Eerenberg benadrukte dat wijzigingen verder gaan dan box 3, naar het 'brede vermogensdomein'. Onopgeloste kernvragen: of structurele dekking de incidentele derving kan opvangen, wat er gebeurt met eventuele overdekking, en wanneer een volledige vermogenswinstbelasting realistisch kan worden ingevoerd. Lock-in-effecten en fiscale complexiteit maken de tijdlijn onvoorspelbaar.
Wetgevingstijdlijn
Wetsvoorstel 36748 "Wet werkelijk rendement box 3" officieel ingediend bij de Tweede Kamer door staatssecretaris Heijnen.
Intensief debat met meer dan 130 vragen aan staatssecretaris Heijnen. Diepgaand parlementair scepticisme ondanks consensus dat hervorming nodig is.
Het coalitieakkoord van D66/VVD/CDA stelt formeel als langetermijndoel de vermogensaanwasbelasting te vervangen door een volledig vermogenswinstbelastingsysteem. Een Kamermeerderheid heeft het nieuwe kabinet gevraagd om een regeling waarbij beleggers alleen belasting betalen over gerealiseerde rendementen.
Wetsvoorstel aangenomen met 93 stemmen voor en 57 tegen — een brede maar onwillige meerderheid. Beschreven als stemmen "met lange tanden". Alleen amendement nr. 11 (3-jarige evaluatie) werd aangenomen.
Breed gedragen social media-protesten als burgers en beleggers hun woede uiten over de voorgestelde belasting van 36% op ongerealiseerde vermogenswinst. Kritiek richt zich op liquiditeitsproblemen (belasting betalen zonder te verkopen), ongelijke verliesverrekening, risico op kapitaalvlucht en schade aan familiebedrijven. Er verspreidt zich desinformatie dat de wet al zou zijn ingetrokken.
De commissie Financiën van de Eerste Kamer houdt haar eerste procedurevergadering over het wetsvoorstel. De commissie besluit een technische briefing aan te vragen bij het ministerie van Financiën (met uitnodiging aan de Belastingdienst) en wil deskundigenbijeenkomsten organiseren.
Minister Heinen (Financiën, VVD) verklaart dat het wetsvoorstel in de huidige vorm niet door kan en wil 'terug naar de tekentafel'. De belangrijkste kritiek betreft het ontbreken van verliesverrekening: stijgt de waarde in 2028 dan betaal je belasting, maar daalt die in 2029 dan krijg je niets terug. Ook liquiditeitsproblemen bij onroerend goed en start-ups worden erkend. Heinen benadrukt dat aanpassingen budgetneutraal moeten blijven. GroenLinks-PvdA-leider Klaver noemt de interventie 'ronduit ongepast'.
Het kabinet stuurt een officiële brief naar de Eerste Kamer met de voorgenomen aanpassingen aan wetsvoorstel 36748, naar aanleiding van de interventie van minister Heinen op 25 februari.
De commissie Financiën van de Eerste Kamer bespreekt de brief van de staatssecretaris over de geplande aanpassingen. De commissie bereidt zich verder voor op de technische briefing en deskundigenbijeenkomsten.
De deadline van 15 maart was gesteld om banken, verzekeraars en andere ketenpartners voldoende doorlooptijd te geven (circa één jaar en negen maanden) om ICT-systemen aan te passen voor de startdatum 1 januari 2028. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel vóór deze datum aangenomen, maar de Eerste Kamer is nog niet begonnen met de inhoudelijke behandeling. Het verouderde CoolGen-systeem moet uiterlijk 31 december 2027 worden uitgefaseerd, wat de tijdsdruk verder verhoogt.
De commissie Financiën ontving een technische briefing en hield mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg. Eerenberg schetste drie pijlers: betere communicatie, verzachtingen en snellere overgang naar vermogenswinstbelasting. Er wordt een novelle voorbereid voor Prinsjesdag. 18 senatoren waren aanwezig. Officieel verslag gepubliceerd.
De commissie Financiën van de Eerste Kamer brengt haar verslag uit over wetsvoorstel 36748, één week na de oorspronkelijke deadline van 31 maart. Status: wachten op de nota naar aanleiding van het verslag. Institutionele inbreng sinds 17 maart kwam van Baker Tilly (22 maart) en vakcentrale VCP (26 maart), naast circa vijftien burgerbrieven.
Staatssecretaris Eerenberg dient de schriftelijke kabinetsreactie in. Behandelde onderwerpen: inkomstenbepaling en waardering, verliesverrekening, bijzondere regels voor vastgoed, start-ups en verzekeringen, internationale coördinatie met EU-recht, motivering voor afwijzing van alternatieve systemen, en uitvoeringsimpact.
De commissie Financiën bespreekt de verdere procedure voor wetsvoorstel 36748 nu de nota naar aanleiding van het verslag is ontvangen. Hier wordt bepaald of de senaat wacht op de novelle of tot inhoudelijke behandeling overgaat.
Blok 1 (academici/NOB) toonde verdeeldheid: Jacobs (VU) en Van den Dool (Nyenrode) verdedigden de wet; Heithuis (UvA) adviseerde intrekken en herontwerp; Essers (Tilburg) sprak van 'treurspel van gemiste kansen'; Van der Jagt (NOB) waarschuwde voor vestigingsklimaat en uitvoeringscomplexiteit. Blok 2 (VNO-NCW, Vastgoed Belang, Van Lanschot Kempen, Dutch Startup Association) was unaniem kritisch — Vastgoed Belang kondigde procesgang aan; Dutch Startup Association rapporteerde dat 40% van gefinancierde start-ups overweegt te vertrekken. Vervolg: inbreng tweede verslag op 26 mei.
Een week na de deskundigenbijeenkomst levert de commissie Financiën haar inbreng voor het tweede verslag. Pas daarna kan de Eerste Kamer naar plenaire behandeling. Een stemming is op zijn vroegst eind mei mogelijk, maar wachten op de novelle blijft het waarschijnlijkste scenario.
Staatssecretaris Eerenberg heeft een brief beloofd met voorgestelde verzachtingen, waaronder onderzoek naar levensgebeurtenissen (echtscheiding, erfenis) en carry-back-mechanismen. De reikwijdte strekt zich uit tot het 'brede vermogensdomein' buiten alleen box 3.
Eerenberg gaf aan dat een novelle bij Prinsjesdag (derde dinsdag van september 2026) zou kunnen worden ingediend. Senatoren verzochten om parallelle behandeling naast het oorspronkelijke wetsvoorstel, maar Eerenberg kon geen toezegging doen over de planning.
Het nieuwe Box 3-systeem op basis van werkelijk rendement zou in werking treden, maar doordat de Eerste Kamer het wetsvoorstel nog behandelt en aanpassingen in de maak zijn, wordt uitstel naar 2029 steeds waarschijnlijker.
De Kamer heeft de regering opgedragen uiterlijk Prinsjesdag 2029 een voorstel te presenteren voor een volledig vermogenswinstbelastingsysteem. Het coalitieakkoord ondersteunt deze overgang.
Wetsvoorstel aangenomen door Tweede Kamer
12 februari 2026 — Aangenomen met brede maar onwillige meerderheid
Gestemd VOOR
(7)Gestemd TEGEN
(9)* BBB stemde tegen ondanks dat staatssecretaris Heijnen een BBB-lid is
Belangrijke context
- Het wetsvoorstel is aangenomen "met lange tanden" — vrijwel alle partijen beschouwen het nieuwe systeem als tijdelijk.
- De Kamer wil een volledige overgang naar vermogenswinstbelasting (alleen belasting op gerealiseerde winst) tegen 2029.
- Het meest controversiële element is de belasting op ongerealiseerde winst: u kunt belasting verschuldigd zijn over "papieren winst" die u nog niet daadwerkelijk heeft ontvangen.
- Het huidige systeem kost de schatkist circa €2,3 miljard per jaar aan misgelopen inkomsten als gevolg van rechterlijke uitspraken.
Waarom deze wijziging juridisch noodzakelijk is
Het Kerstarrest (2021) en de arresten van juni 2024 van de Hoge Raad hebben het huidige forfaitaire systeem juridisch onhoudbaar verklaard. De tussentijdse tegenbewijsregeling heeft wat ambtenaren een 'keuzeregime' noemen gecreëerd — een fiscale zeef waarbij de staat geen opwaarts voordeel heeft maar alle neerwaartse verliezen absorbeert.
Als uw werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement, betaalt u minder belasting. Maar als uw werkelijk rendement hoger is, betaalt u niet meer. Deze asymmetrie kost de schatkist jaarlijks circa €2,3 miljard.
Wat de wet verandert
Wetsvoorstel 36748 vervangt het huidige forfaitaire stelsel door belasting op basis van werkelijk rendement, vanaf 1 januari 2028.
Van forfaitair naar werkelijk rendement
Onder het huidige systeem gaat de Belastingdienst uit van een vast rendement op uw vermogen (forfaitair rendement), ongeacht wat u daadwerkelijk heeft verdiend. Wetsvoorstel 36748 verandert dit fundamenteel: u wordt belast op uw werkelijke inkomsten en waardeveranderingen.
- Het huidige heffingsvrij vermogen (~€57.684) wordt vervangen door een vrijstelling van €1.800 per persoon per jaar op het inkomen.
- Een vast tarief van 36% geldt voor alle belastbare Box 3-inkomsten.
- Banken en financiële instellingen rapporteren uw gegevens rechtstreeks aan de Belastingdienst.
- De wet wordt na 3 jaar geëvalueerd (verkort van 5 via CDA-amendement) om eerdere aanpassingen mogelijk te maken.
Twee belastingmethoden
De wet introduceert een duaal stelsel. Verschillende vermogenstypen worden onder verschillende methoden belast:
Vermogensaanwasbelasting
Belast ongerealiseerde winst jaarlijks
U betaalt jaarlijks belasting over uw totale rendement: dividenden, rente en zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeveranderingen. Als uw aandelen op papier €5.000 in waarde zijn gestegen, telt dat als belastbaar inkomen — ook als u niet heeft verkocht.
Van toepassing op:
- Aandelen & aandelenfondsen
- Obligaties & ETF's
- Cryptovermogen
- Banksparen (rente)
Vermogenswinstbelasting
Belast alleen bij realisatie
U betaalt pas belasting wanneer u het vermogen daadwerkelijk verkoopt of het wordt overgedragen (bijv. bij overlijden). Jaarlijkse huurinkomsten worden wel jaarlijks belast, maar waardevermeerdering wordt uitgesteld tot verkoop.
Van toepassing op:
- Onroerend goed (niet eigen woning)
- Aandelen in startende ondernemingen
Hoe elk vermogenstype wordt belast
Bank & spaargeld
Ontvangen rente op spaarrekeningen wordt belast in het jaar van ontvangst. Waardeveranderingen op het saldo zelf zijn niet van toepassing.
Aandelen & effecten
Dividenden plus alle waardeveranderingen (gerealiseerd en ongerealiseerd) worden jaarlijks belast. Gewaardeerd op marktprijs per 31 december.
Cryptovermogen
Wordt hetzelfde behandeld als aandelen. Bezittingen worden gewaardeerd op 1 januari en 31 december, waarbij alle winsten en verliezen jaarlijks meetellen.
Obligaties & ETF's
Rente-/couponbetalingen plus ongerealiseerde waardeveranderingen worden jaarlijks belast onder de vermogensaanwasbelasting.
Onroerend goed
Waardevermeerdering wordt pas belast bij verkoop. Huurinkomsten worden jaarlijks belast. Bij onverhuurde panden geldt een forfaitaire opslag van 3,35% van de WOZ-waarde.
Startup-aandelen
Aandelen in kwalificerende startende ondernemingen worden pas belast bij realisatie (verkoop of overdracht), niet op jaarlijkse waardeveranderingen. De definitie van startups wordt afgestemd op de aankomende wetgeving werknemersparticipatie 2027.
Belastingtarief
36%
Een enkel vast tarief geldt voor alle belastbare Box 3-inkomsten, ongeacht het type vermogen. Dit vervangt de variërende forfaitaire tarieven per categorie.
Heffingsvrije inkomsten
€1.800
Per belastingplichtige per jaar (€3.600 met fiscaal partner). Vervangt het huidige heffingsvrij vermogen van ~€57.684. Dit betekent dat u alleen belasting betaalt als uw werkelijk rendement €1.800 overschrijdt.
Bijzondere regels voor onroerend goed
Onroerend goed in Box 3 wordt niet belast op ongerealiseerde waardestijging (anders dan aandelen). In plaats daarvan geldt een vermogenswinstbelasting met bijzondere regels afhankelijk van gebruik:
De initiële waarde van het onroerend goed wordt vastgesteld op de WOZ-waarde per 1 januari 2028. Hypotheekschuld op het pand is aftrekbaar. Hypotheekrente is aftrekbaar van de huurinkomsten.
Verliesverrekening
Als uw Box 3-beleggingen een negatief rendement hebben in een jaar, kunt u het verlies voorwaarts verrekenen met toekomstige winsten. Er geldt echter een drempel:
- Alleen verliezen boven €500 per belastingplichtige per jaar kunnen worden voortgewenteld (de eerste €500 aan verliezen wordt geabsorbeerd).
- Verliezen kunnen onbeperkt worden voortgewenteld — er geldt geen tijdslimiet.
- Verliezen kunnen alleen voorwaarts worden verrekend, niet achterwaarts. Een 1-jaars terugwenteling (carry-back) wordt besproken maar is nog niet opgenomen in het wetsvoorstel — geschatte kosten: €1 miljard in de overgangsjaren.
- De drempel van €500 geldt per kalenderjaar en wordt jaarlijks geïndexeerd.
- Voortgewentelde verliezen worden verrekend met positieve rendementen in toekomstige jaren voordat de vrijstelling wordt toegepast.
Kosten & aftrekposten
Onder het nieuwe systeem zijn bepaalde kosten aftrekbaar van uw Box 3-inkomen:
- Kosten voor het verwerven, innen en behouden van inkomsten zijn in het algemeen aftrekbaar (bijv. bewaarkosten, advieskosten direct gerelateerd aan inkomsten).
- Rente op Box 3-schulden blijft aftrekbaar.
- Transactiekosten voor het kopen of verkopen van beleggingen zijn in het algemeen NIET aftrekbaar.
- Onderhoudskosten aan beleggingsvastgoed zijn in het algemeen NIET aftrekbaar.
- Vermogensbeheerkosten zijn NIET aftrekbaar, tenzij verwerkt in fondswaardeeringen.
Box 3 in cijfers
Kerncijfers uit de technische briefing van 17 maart
2,6 miljoen
Box 3-belastingplichtigen
Gegevens 2023
€272 miljard
Spaargeld
€147 miljard
Aandelen & obligaties
€232 miljard
Vastgoed
3%
Opbrengstconcentratie
van de vermogenden genereert het overgrote deel van de box 3-opbrengsten
70%
Minimale belastingdruk
van de belastingplichtigen (vermogen onder €50k) betaalt minimaal belasting onder beide systemen
Wat verandert er voor u in de praktijk
Op basis van uitvoeringsdetails uit de briefing van 17 maart
Minder vooringevulde aangiften
Het percentage volledig vooringevulde box 3-aangiften (VIA) daalt van 85% naar 64%. U moet zelf opgeven: onderhoudskosten, verbeteringskosten en buitenlandse bankgegevens. CRS/FATCA-gegevens voor buitenlandse rekeningen komen mogelijk te laat binnen voor de voorinvulling.
7 jaar bewaarplicht
Een nieuwe bewaar- en administratieplicht verplicht belastingplichtigen om bonnen en documentatie voor alle box 3-gerelateerde kosten, verbeteringen en transacties minimaal 7 jaar te bewaren.
Risico voor toeslagen
Box 3-inkomen telt mee voor uw verzamelinkomen, dat bepalend is voor uw recht op toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, etc.). Marktschommelingen in uw box 3-rendement kunnen onverwachte gevolgen hebben voor uw toeslagen — een probleem dat de overheid het 'doenvermogen'-risico noemt.
Waarde-reset per 1 januari 2028
Bij de start van het nieuwe systeem krijgen alle bezittingen een nieuwe kostprijs op basis van de marktwaarde per 1 januari 2028. Historische aankoopprijzen worden irrelevant — alleen winsten en verliezen vanaf 2028 worden belast. Dit heet het 'step-up'-mechanisme.
Uitvoeringsuitdagingen
Details uit de technische briefing van 17 maart
CoolGen: de ICT-crisis
De Belastingdienst draait op een legacy-ICT-systeem genaamd 'CoolGen' uit de jaren '70. Dit moet uiterlijk 31 december 2027 volledig zijn uitgefaseerd. Plaatsvervangend DG Boterman signaleerde 'vijf rode vlaggen': het systeem kan geen werkelijk-rendementberekeningen, dubbele belastingmethoden of de nieuwe datastromen aan. Dit is een harde deadline zonder terugvaloptie.
900 extra medewerkers nodig
De Belastingdienst heeft structureel circa 900 extra fte's nodig. Dit omvat gespecialiseerde taxateurs en ICT-architecten — schaarse profielen die concurreren met de private sector. Ambtenaren erkenden dat de dienstverlening tijdens de transitie kan verslechteren.
Doorlooptijd ketenpartners: één jaar en negen maanden
Banken, verzekeraars en brokers hebben circa één jaar en negen maanden (~21 maanden) doorlooptijd nodig om hun ICT-systemen aan te passen voor de nieuwe gegevensaanlevering. Voor een start in 2028 had de wet uiterlijk 15 maart 2026 door de Tweede Kamer moeten zijn (rijksoverheid.nl). Die ging er op 12 februari doorheen, maar de Eerste Kamer is nog bezig — banken moeten nu al beginnen terwijl het wetsvoorstel nog kan veranderen.
Opbrengstprognoses: de J-Curve
De microsimulaties van het ministerie (doorgerekend tot 2060) laten een karakteristiek opbrengstpatroon zien:
- 1Initiële piek — het eenrichtingsverkeer van het tegenbewijs wordt gestopt, waardoor rendementen die voorheen onbelast bleven nu wél worden belast
- 2Normaliserende daling — verliesverrekening stapelt zich op en lock-in-gedrag begint (mensen houden bezittingen langer vast om realisatiebelasting uit te stellen)
- 3Langetermijngroei — gedreven door vastgoed-'ingroei' naarmate panden geleidelijk worden verkocht over een cyclus van ~30 jaar, waarbij elke verkoop een realisatiegebeurtenis is
De opbrengstprognoses zijn gevoelig voor mondiale marktomstandigheden. Ambtenaren noemden expliciet de gevoeligheid voor geopolitieke schokken en handelsoorlogscenario's.
Belangrijke personen
Eugène Heijnen
Staatssecretaris van Financiën (BBB)
Verantwoordelijk voor het begeleiden van het wetsvoorstel door het parlement. Kreeg meer dan 130 Kamervragen tijdens het debat van 19 januari 2026. Opvallend: zijn eigen partij BBB stemde tegen het wetsvoorstel.
Inge van Dijk
Tweede Kamerlid (CDA)
Indiener van het enige aangenomen amendement (nr. 11): verkorting van de verplichte evaluatieperiode van 5 naar 3 jaar, zodat de wet eerder kan worden aangepast.
Standpunten partijen & debat
Ingediende amendementen
Slechts één amendement werd aangenomen door de regering tijdens het parlementaire proces.
| Nr. | Indiener | Omschrijving | Uitkomst |
|---|---|---|---|
| 11 | Inge van Dijk (CDA) | Verkorting van de verplichte evaluatieperiode van 5 naar 3 jaar, zodat de wet eerder kan worden aangepast in inhoud en uitvoering. | Aangenomen |
| — | JA21 | Invoering van verliesverrekening met belastingteruggave met terugwerkende kracht na slechte beleggingsjaren. | Verworpen |
| — | Elmar Vlottes (PVV) | Motie om belasting op ongerealiseerde winst ("papieren winst") te voorkomen. | Verworpen |