Prinsjesdag 2026: wat is voorgesteld, wat kan veranderen
De gepubliceerde box 3-opties, de kosten per route en de parlementaire besluiten die de kabinetsplannen kunnen veranderen.
Gecontroleerd op 18 september 2026 · inclusief stemmingsuitslagen van 17 september
1. Gepubliceerd betekent niet aangenomen
Prinsjesdag is een pakket, niet één wet. De Miljoenennota beschrijft de begrotingsvooruitzichten; departementale begrotingen autoriseren uitgaven; belastingwetten wijzigen het belastingrecht. Op 15 september publiceerde het kabinet de stukken voor 2027. Het belastingpakket bevat vier wetsvoorstellen: Belastingplan 2027, Overige fiscale maatregelen 2027, fiscale stimulering start-ups en scale-ups en veiligehavenregels voor de minimumbelasting.
Wetsvoorstel 37.022 is ingediend, maar het parlementaire dossier toont geen afgeronde stemming of bekrachtiging. Publicatie en een aangenomen politieke motie zijn iets anders dan het aannemen van een wet. De box 3-hervorming blijft het afzonderlijke dossier 36.748, in februari aangenomen door de Tweede Kamer maar nog niet door de Eerste Kamer. De nieuwe box 3-brief is een beleidsbrief, niet de beloofde novelle.
De aanbiedingsbrief kondigt bovendien een latere nota van wijziging aan voor extra dieselaccijnskorting, een langzamere afbouw van de benzine- en dieselkorting en een uitzondering op de earningsstrippingmaatregel voor woningcorporaties. Een aangekondigde wijziging staat niet automatisch in de oorspronkelijke wettekst omdat zij in een samenvatting voorkomt. Deze analyse benoemt de aankondiging; zij bevestigt niet dat een latere nota al is ingediend.
2. Box 3: vier routes, geen gekozen hervorming
De brief van Heinen en Eerenberg van 15 september bevestigt dat de steun voor zowel aanpassingen aan box 3 als de dekking te verdeeld is om een breed gedragen aanpassing voor te stellen. Het kabinet vraagt de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan te houden terwijl gesprekken doorgaan. Dit is een kabinetsverzoek, geen bewijs van een nieuw procedurebesluit van de Eerste Kamer, intrekking of afschaffing.
De brief streeft naar zo snel mogelijk concrete voorstellen en budgettaire verwerking bij het eerstvolgende budgettaire besluitvormingsmoment. Zij bevat geen harde deadline in het voorjaar van 2027. Eerdere media noemden de Voorjaarsnota; dat moet niet langer als de letterlijke officiële toezegging worden gepresenteerd.
Het budgettaire basispad blijft de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 1 januari 2028. De brief noemt een volledige vermogenswinstbelasting mogelijk vanaf 2030 bij een ambitieus wetgevingstraject. Geen van beide data is gegarandeerd. Route 4 breidt belasting bij realisatie in 2028 uit naar financiële instrumenten, waarmee circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling wordt bereikt; overige vermogensbestanddelen volgen in 2030. Dat is niet hetzelfde als 90% van alle belastingplichtigen of alle box 3-inkomsten.
Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs en de voorgestelde Wet werkelijk rendement zijn niet hetzelfde. De brief beschrijft dat met tegenbewijs een lager werkelijk rendement kan worden aangetoond, maar niet dezelfde kostenaftrek en verliesverrekening bestaan als in de nieuwe wet. In het voorliggende voorstel blijven gewone rente, dividenden en huur jaarlijks belast; vermogenswinst belasten bij verkoop maakt niet alle inkomsten tot de verkoop belastingvrij.
- Officiële box 3-brief — 37.022, nr. 6, 15 september
- Eerste Kamer-dossier: Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)
Officiële box 3-routes — geen gekozen
Tabel 1: cumulatief effect op het begrotingssaldo tot en met 2035, tegenover het basispad 2028. Negatieve bedragen betekenen opbrengstderving, geen individuele belastingbesparing.
| Route en voorwaarden | Cumulatief t/m 2035 |
|---|---|
1. Wet werkelijk rendement verbeteren Carry-back en andere verzachtingen; aanwas blijft het uitgangspunt. Alleen het maximale subtotaal van opties 1.1–1.7. | −€ 5,723 mld |
2. Werkelijk rendement 2028, vermogenswinst 2030 De voorliggende wet als tussenstap, gevolgd door een aparte vermogenswinstbelasting. Exclusief eventuele verzachtingen uit route 1. | −€ 12,911 mld |
3. Geen WWR; vermogenswinst in 2030 Vereist intrekking van het voorliggende voorstel; tegenbewijs blijft langer bestaan. Het noemen van die optie betekent niet dat intrekking al heeft plaatsgevonden. | −€ 19,740 mld |
4. Financiële instrumenten 2028; volledig in 2030 Belasting bij realisatie uitbreiden naar financiële instrumenten; overige bezittingen volgen. Risico’s voor vooraf ingevulde aangifte en handhaving. | −€ 15,624 mld |
3. Lees de ramingen als alternatieven, niet als belastingaanslag
De officiële tabel meet opbrengsteffecten tegenover het basispad van werkelijk rendement vanaf 2028. Een minteken is een verslechtering van het begrotingssaldo, geen directe uitbetaling aan beleggers. De bedragen hieronder zijn cumulatief tot en met 2035, in miljarden euro. Tel de elkaar uitsluitende routes niet op en vergelijk geen cumulatieve transitiekosten met een bedrag voor één jaar.
Bij route 1 is € 5,723 miljard het genoemde maximale subtotaal van opties 1.1–1.7, niet een gekozen pakket. De losse sleutels voor één procentpunt tariefsverlaging en € 100 extra heffingsvrij resultaat vallen buiten dat subtotaal. Tabel 1 raamt één jaar carry-back op € 4,379 miljard cumulatief tot en met 2035, maar structureel op slechts € 14 miljoen per jaar: transitiekosten en langetermijnkosten verschillen wezenlijk.
Tabel 2 is een menu van mogelijke dekking, geen afgesproken beleid. Zij bevat onder meer 1,78 procentpunt verhoging van het forfait, € 10.000 verlaging van het heffingvrije vermogen, één procentpunt verhoging van het box 3-tarief, aanpassingen aan papieren schenkingen, een lagere grens voor excessief lenen in box 2 en wijzigingen in de vennootschapsbelasting. Geen van deze opties mag stilzwijgend een standaardinstelling in de calculator worden. Ook mogen zij niet allemaal worden opgeteld alsof het kabinet alles heeft gekozen.
Onze analyse: de moeilijke afweging gaat niet alleen over aanwas versus winst. Het gaat ook over wie de tijdelijke opbrengstderving draagt, hoeveel administratieve complexiteit aanvaardbaar is en of verlichting voor beleggers steun krijgt naast de behandeling van werkenden, gepensioneerden en gezinnen. Een technisch mogelijke route kan toch onvoldoende steun krijgen voor de dekking.
4. Een minderheidskabinet moet steun organiseren
NOS meldde op 17 september dat de coalitie 66 Tweede Kamerzetels heeft en dat na twee debatdagen nog geen vaste route naar een begrotingsmeerderheid bestaat. Als alle 150 leden stemmen, zijn 76 stemmen nodig voor een meerderheid: tien meer dan de coalitie alleen. Dat is rekenkunde, geen voorspelling; aanwezigheid, afwijkende stemmen en het concrete voorstel tellen mee. De Eerste Kamer moet wetgeving afzonderlijk aannemen en kan zelf geen amendementen indienen.
Jetten zocht nog brede steun en kondigde geen totaalakkoord aan. Een breed akkoord kan belastingen koppelen aan uitgaven en sociaal beleid; deelakkoorden kunnen per begroting verschillende meerderheden opleveren. Geen van beide routes garandeert dat het belastingpakket, een box 3-hervorming en alle departementale begrotingen ongewijzigd worden aangenomen.
De officiële stemmingsuitslagen van 17 september tonen al concrete druk om het pakket aan te passen: moties over kindregelingen, zorgkostenaftrek en koopkracht zijn aangenomen. Dit zijn politieke opdrachten, geen amendementen die de wettekst wijzigen. Omgekeerd voert het verwerpen van een motie tegen bezuinigingen die bezuinigingen niet zelf in. Een leeg uitslagveld bewijst geen aanvaarding of verwerping.
Onze beoordeling is daarom kwalitatief, zonder nieuwe kanspercentages. Behoud van de zorgkostenaftrek en aanpassing van het kindgebonden budget staan aantoonbaar onder parlementaire druk; voor box 3 is nog geen kabinetsroute gekozen; andere belastingvoorstellen moeten nog inhoudelijk worden behandeld en in stemming komen. Wij noemen geen niet-aangenomen maatregel zeker en veronderstellen ook niet dat alles sneuvelt omdat het kabinet een minderheid heeft.
- NOS, 17 september: na twee dagen debat nog geen vaste meerderheid
- Officiële stemmingsuitslagen APB — 17 september 2026
- Belastingplan 2027 (37.022): voortgang en geplande activiteiten
Geverifieerde motie-uitslagen — 17 september
37.020-9 · Aangenomen
Vóór de financiële beschouwingen opties voor betere koopkracht van werkenden sturen. Hiermee zijn geen nieuwe tarieven vastgesteld.
37.020-25 · Aangenomen
In 2027 niet bezuinigen op gezinnen: druk op de verdeling van het pakket.
37.020-30 · Aangenomen
Het wetsvoorstel kindgebonden budget hernemen en een aangepast voorstel voorleggen.
37.020-31 · Aangenomen
Mogelijkheden onderzoeken om stapeling van zorgkosten te beperken door behoud van de specifieke zorgkostenaftrek. Nog geen gewijzigde belastingwet.
37.020-34 / 35 · Verworpen
Brede moties tegen bezuinigingen op sociale zekerheid en zorg haalden het niet. Dit is geen eindstemming over begroting of belastingpakket.
5. Maatregelen voor huishoudens en bedrijven: let op jaar en basispad
Het inkomenspakket laat zien waarom koppen misleidend kunnen zijn. De voorgestelde verlaging van de eerste twee tarieven met 0,06 procentpunt is ten opzichte van eerder geplande verhogingen, niet noodzakelijk een daling ten opzichte van 2026. Volgens de officiële factsheet verhogen alle wijzigingen samen in 2027 het eerste tarief met 0,48 en het tweede met 0,60 procentpunt. De verhoging van de arbeidskorting met € 173 geldt op drie knikpunten, niet als onvoorwaardelijke uitbetaling aan iedereen.
De voorgestelde beperkte inflatiecorrectie past in 2027 maar 48% van de normale 2,6% toe: factor 1,01248, met wettelijke uitzonderingen en afzonderlijke regels voor sommige grenzen. Bevriezing van het aanvangspunt van het toptarief is een andere maatregel. Pas dus niet één generiek percentage toe op alle schijven, vrijstellingen of toeslagen. De toelichting bespreekt ook gevolgen voor bedragen in box 2 en box 3: “geen gekozen box 3-hervorming” betekent niet dat alle gerelateerde parameters zijn bevroren.
De voorgestelde verlaging van overdrachtsbelasting betreft woningen die de koper niet als hoofdverblijf gebruikt. Het is belasting bij aankoop, geen jaarlijks box 3-tarief. De optieregeling voor werknemers van kwalificerende start-ups betreft loon- en inkomstenbelasting, geen algemene box 3-vrijstelling voor alle start-upbeleggers. Die verschillen zijn belangrijk bij het vergelijken van vastgoed, aandelen, loon en ondernemingsvormen.
De onderstaande tabel vat de voor deze website belangrijkste maatregelen samen, niet iedere bepaling uit alle departementale begrotingen. Bedragen zijn het gepubliceerde voorstel of uitdrukkelijk benoemd bestaand beleid. Ze vervangen niet de regels van het in de calculator gekozen belastingjaar.
- Officiële factsheets — p. 6–12, 18, 51 (PDF)
- Belastingplan 2027: wetsvoorstel en toelichting — p. 31–34 (PDF)
Relevante maatregelen en hun werkelijke status
Arbeids- en ouderenkorting
Voorstel voor 2027
Arbeidskorting +€ 173 op drie knikpunten; ouderenkorting −€ 100. De verdeling kan in onderhandelingen veranderen.
IB-tarieven en indexatie
Voorstel voor 2027
48% van de normale inflatiecorrectie, bevroren aanvangspunt toptarief; de verlichting van 0,06 procentpunt compenseert slechts een deel van eerdere tariefsverhogingen.
Specifieke zorgkostenaftrek
Afschaffing voorgesteld in 2028; aangenomen motie wil behoud
Het voorstel schrapt de aftrek en TSZ; € 350 mln is gereserveerd voor tegemoetkoming, geen gegarandeerde volledige compensatie. Motie 37.020-31 vraagt mogelijkheden om de aftrek te behouden.
Kindregelingen
Aangenomen motie vraagt herziening
Motie 37.020-30 vraagt een aangepast wetsvoorstel kindgebonden budget. Behandel de oorspronkelijke voorstellen niet als vaststaande toeslagrechten.
Overdrachtsbelasting niet-hoofdverblijf
Voorstel voor 2027
8% → 7%; het eigenbewoningstarief van 2% en de startersvrijstelling blijven door deze maatregel ongewijzigd. Geen jaarlijkse box 3-heffing.
Startersaftrek ondernemers
Voorstel voor 2027/2028
€ 2.123 → € 10 in 2027, afschaffing in 2028. Dit betreft de startersaftrek, niet de volledige afschaffing van de zelfstandigenaftrek.
Werknemersopties start-ups/scale-ups
Apart wetsvoorstel; beoogd 2027 bij koninklijk besluit
65% belastbare grondslag voor kwalificerende groei; in beginsel uitstel van loon-/inkomstenbelasting tot verkoop. RVO-beschikking en voorwaarden blijven belangrijk; geen algemene box 3-vrijstelling.
Youngtimerbijtelling
Voorstel voor 2027/2028
Leeftijdsgrens 17 jaar in 2027 en 20 jaar in 2028, met overgangsregels. Geen onmiddellijke vrijstelling voor alle oudere auto’s.
Reiskostenvergoeding
Bestaand beleidsbesluit; wettelijke vastlegging voorgesteld
Maximaal onbelast € 0,23 → € 0,25 per kilometer, terugwerkend tot 1 januari 2026. Dit fiscale maximum verplicht een werkgever niet tot vergoeding.
Energie-investeringsaftrek
Voorstel voor 2027
EIA-aftrek voorgesteld op 45,5%; voorwaarden blijven gelden. Geen uitbetaling van 45,5% subsidie.
Brandstofkorting en woningcorporaties
Aanvullende nota van wijziging aangekondigd
Extra dieselkorting, langzamere afbouw benzine/diesel en een earningsstrippinguitzondering zijn aangekondigd voor een latere nota van wijziging, hier niet bevestigd als aangenomen tekst.
6. Begrotingsruimte en uitvoeringsrisico
De Miljoenennota raamt voor 2027 € 481,2 miljard inkomsten en € 516,8 miljard netto-uitgaven relevant voor het EMU-saldo. Inclusief decentrale overheden bedraagt het geraamde tekort € 36,7 miljard, ofwel 2,9% bbp; de schuld is geraamd op 46,9% bbp. Dit zijn ramingen, geen gegarandeerde uitkomsten of vrij besteedbare pot. Een gewijzigde belastingmaatregel kan elders extra inkomsten of uitgavenbesluiten vereisen.
De mediane koopkracht daalt volgens de raming in 2027 met 0,1%; het armoedecijfer is geraamd op 2,6%. Een mediaan is geen individuele voorspelling: loon, pensioen, huishouden, huur, hypotheek, toeslagen en energiegebruik bepalen de uitkomst. Vergelijkingen tussen belastingjaren moeten ook heffingskortingen en toeslagen meenemen, niet alleen tarieven.
Het uitvoerbaarheidsoverzicht beschrijft dat de inkomensheffingsketen Cool:Gen uiterlijk eind 2027 wil uitfaseren en tegelijk de nieuwe box 3-heffing voorbereidt, met veel implementatiewerk in 2028. Afhankelijk van omvang en prioriteit is er ruimte voor nieuw beleid voor belastingjaar 2029, naast concurrerende projecten. Dat verschuift de wettelijke ingangsdatum niet automatisch naar 2029. Beperkte parameterwijzigingen zijn iets anders dan een belastingstelsel herbouwen.
Route 4 bevat een specifieke waarschuwing in de box 3-brief: banken kunnen ten minste in het eerste jaar geen gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte aanleveren. Belastingplichtigen krijgen meer verantwoordelijkheid voor administratie en aangifte, terwijl handhaving moeilijker wordt. De snelste nominale ingangsdatum is dus niet noodzakelijk de minst risicovolle route voor burger of uitvoering.
7. Wat nu volgen — en hoe deze calculator te gebruiken
Het Tweede Kamer-dossier vermeldt een technische briefing op 21 september, een procedurevergadering Financiën op 24 september en inbreng voor het verslag op 1 oktober. Dat zijn geplande activiteiten, geen reeds gehouden stemmingen. Volg amendementen op 37.022, de reactie op aangenomen APB-moties, een nieuw box 3-voorstel, een Eerste Kamer-besluit over 36.748 en uiteindelijk aanvaarding, publicatie en inwerkingtredingsbepalingen.
Bewaar voor bestaande bezittingen afzonderlijk de aanschafgegevens, kosten, dividenden, rente en gerealiseerde transacties. Vergelijk de berekeningen voor huidig en voorgesteld recht als scenario’s met de aangegeven belastingjaren. De bestaande forfaitaire vergelijking gebruikt constanten uit 2025; het is geen vastgestelde aanslagberekening voor 2027. Het model voor werkelijk rendement is geen nieuw aangenomen Prinsjesdagstelsel en geen van de vier officiële alternatieven is als goedgekeurde vervanger ingebouwd.
Wij hebben geen belastingformules, pensioen- of toeslagrechten of jaarparameters aangepast op basis van deze voorstellen. De nieuwe analyse is een beleidsreferentie, geen persoonlijk belastingadvies. Controleer vóór verkoop, schenking, een lening bij de eigen bv of emigratie het geldende recht en uw eigen situatie. Bij gewijzigde wetteksten of parlementaire status is opnieuw een brongecontroleerde update nodig.
Bronnen en reikwijdte
Bekeken: de Miljoenennota van 79 pagina’s, het belastingvoorstel met toelichting van 184 pagina’s, de aanbiedingsbrief van 7 pagina’s, de factsheetbundel van 53 pagina’s, het uitvoerbaarheidsoverzicht van 28 pagina’s, de officiële box 3-brief met budgettabellen, de wetsstatus en APB-stemmingen. Dit is een uitgebreide analyse gericht op belastingen, huishoudfinanciën en beleggers, geen juridische controle van alle departementale begrotingen, uitvoeringstoetsen of beslisnota’s. Officiële stukken gaan vóór eerdere lekken.
- Belastingplan 2027 — officieel documentenoverzicht
- Miljoenennota 2027 — p. 36, 50–51 (PDF)
- Aanbiedingsbrief Belastingplan 2027 — p. 1–6 (PDF)
- Officiële box 3-brief — 37.022, nr. 6, 15 september
- Box 3: budgettaire gevolgen en dekkingsopties — tabellen 1–2 (DOCX)
- Belastingplan 2027: wetsvoorstel en toelichting — p. 31–34 (PDF)
- Officiële factsheets — p. 6–12, 18, 51 (PDF)
- Overzicht uitvoerbaarheid Belastingdienst — onderdeel B2 (PDF)
- Officiële stemmingsuitslagen APB — 17 september 2026
- Belastingplan 2027 (37.022): voortgang en geplande activiteiten
- Eerste Kamer-dossier: Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)
- NOS, 17 september: na twee dagen debat nog geen vaste meerderheid